Begin gewoon bij het begin
De aanhef mag simpel: Lieve familie Jansen, Beste Anna, of de voornamen van wie je kent. Schrijf je aan de hele familie, richt je dan tot de persoon die je het beste kent en noem de anderen in de kaart.
Daarna is twee zinnen genoeg. Eén zin over je medeleven, en één zin over de persoon die er niet meer is of over de familie. Meer hoeft niet, ook niet bij mensen die je goed kent.
Voorbeelden om mee te beginnen
Neem ze niet letterlijk over, maar gebruik ze om je eigen woorden te vinden. Eén concrete herinnering zegt meer dan een plechtige formulering.
- “Wat een verdrietig bericht. We denken aan jullie, vandaag en de tijd die komt.”
- “Ik zal je moeder herinneren zoals ze op de markt stond: altijd tijd voor een praatje.”
- “Woorden schieten tekort. Weet dat jullie niet alleen zijn.”
- “We kenden elkaar van het koor. Zijn stem en zijn grappen ga ik missen.”
- “Veel sterkte gewenst, ook namens Peter en de kinderen. We leven met jullie mee.”
Wat je beter kunt laten staan
Vermijd zinnen die het verlies kleiner maken of verklaren: alles gebeurt met een reden, hij heeft nu rust, je moet sterk zijn. Ook ik weet precies hoe je je voelt valt vaak verkeerd, hoe goed het ook is bedoeld. Je hoeft het verdriet niet op te lossen. Je hoeft er alleen even naast te staan.
De kleine praktische dingen
Schrijf met de hand, ook als je handschrift slordig is. Onderteken met je naam of namen, niet alleen met familie De Boer: nabestaanden lezen de kaarten vaak later terug en willen weten van wie ze kwamen. En twijfel je of het te laat is om nog te sturen? Dat is het vrijwel nooit. In Wanneer stuur je een condoleance? staat hoe dat werkt.
Heeft de familie een online condoleanceregister, dan kun je je bericht daar ook achterlaten. Hoe dat samen herdenken werkt, lees je in Samen herdenken als je ver uit elkaar woont.
Liever eerst iets kleins doen?
Een kaarsje met één zin is ook een condoleance. Je kunt de kaart daarna alsnog sturen.
Steek een kaarsje op
