Twee dingen die bijna altijd werken
Noem de persoon bij naam. En schrijf iets concreets: één moment, één gewoonte, één ding dat je nog voor je ziet. Dat raakt meer dan welke plechtige formulering ook.
De meeste mensen die dit lezen zoeken niet naar de perfecte zin. Ze zoeken naar iets waarvan ze zeker weten dat het niet verkeerd valt. Bij een kaarsje telt dat je er was, niet hoe je het formuleerde.
Als je de persoon goed kende
- “Je stem in de gang als je binnenkwam. Dat mis ik het meest.”
- “Vandaag dacht ik aan de zomers bij jullie thuis. Dank je wel daarvoor.”
- “Zeventien jaar buren. Ik zal nooit vergeten hoe je altijd even bleef staan.”
- “Voor mijn vader. Vandaag zou je tachtig zijn geworden.”
Als je hem of haar nauwelijks kende
Dat mag je gewoon zeggen. Nabestaanden vinden het vaak troostend om te lezen dat iemand ook buiten de naaste kring werd opgemerkt.
- “Ik kende hem via het werk. Een vriendelijke man, altijd tijd voor een praatje.”
- “We spraken elkaar zelden, maar ik denk aan jullie.”
- “Een lichtje voor Marijke, van iemand die haar van de markt kende.”
Als je niet weet wat je moet zeggen
Zeg dat. “Ik weet niet goed wat ik moet schrijven, maar ik denk aan jullie” is een eerlijke zin en hij komt aan.
Minder goed werken zinnen die het verlies proberen te verklaren of te verzachten. “Het is maar goed zo.” “Hij heeft een mooie leeftijd bereikt.” “Nu is ze uit haar lijden.” Ze zijn goedbedoeld, maar ze vragen van de nabestaande om het ermee eens te zijn, en dat is precies wat diegene op dat moment niet kan.
Kort mag
Eén zin is genoeg. Bij een kaarsje op deze site is er ruimte voor maximaal 180 tekens, en dat is bewust: het gaat om een gebaar, geen brief.
Wil je meer kwijt, dan is een condoleanceregister geschikter. Daar kunnen familie en vrienden ieder hun eigen stuk toevoegen.
Klaar om het op te schrijven?
Je hoeft maar één zin te bedenken. De rest is een naam en een klik.
Steek een kaarsje op
